'Healthy ageing heeft de toekomst'

Bé Prenger werkt mee aan innovatieve ouderenzorgprojecten als iAge, Langer Vitaal en Vitaal Vechtdal. ‘Het is de kunst ouderen met behulp van technische mogelijkheden zo lang mogelijk eigen regie te laten voeren.’

Healthy ageing heeft de toekomst, als het aan huisarts en adviseur Bé Prenger ligt. Hij heeft daarbij ouderen voor ogen  die zo leven dat ze minder kwetsbaar worden. Het begint bij ‘meer bewegen, goede voeding, meer onder de mensen blijven’. Een proactieve levenshouding, waarbij ouderen nadenken over wat voor hen belangrijk is.

Eigen regie

‘Wat betreft eigen regie staan we nog aan het begin,’ meent Prenger. ‘Mensen moeten er nog aan wennen. Zeker 75-plussers. Ze vertrouwden tot voor kort op onze verzorgingsstaat. Hun hele leven hebben ze immers zorgpremies betaald. Ook is deze groep geneigd te accepteren wat ze krijgen. Ze doen meestal wat de dokter zegt. De meeste 75-plussers geven aan dat ze de touwtjes wel in handen wíllen houden, maar ze weten niet goed hoe. En wat hen daarbij kan helpen. 55- en 65-plussers maken wél die omslag. Zij beseffen dat ze deels zelf de problemen moeten gaan oplossen.’

iAge

Ouderen zien techniek niet direct als een oplossing voor hun behoeften of problemen. Dat ondervond Bé Prenger bij het iAge-project. Dit Europese project heeft als doel zelfredzaamheid van ouderen te bevorderen met gebruik van digitale techniek. Prenger: ‘Alle betrokken partijen doen mee: de gemeente Harderberg, het ouderenplatform en zorg- en welzijnsaanbieders. Om ouderen te laten zien wat er technisch mogelijk is, organiseerden we in Dedemsvaart een informatiemarkt. Vooral het skypen ‘in  dialect’ met mijn vader in het verzorgingshuis, met behulp van een beamer en mijn laptop, sprak tot de verbeelding.’

Virtuele buurtkamer

Binnen het iAge-traject oefenen ouderen met technische hulpmiddelen en bekijken hoe dit verder ontwikkeld kan worden. Zo begint de pilotgroep ‘Sociale contacten’ met het gebruik van Skype. Zij vormen als het ware een ‘beeldtelefooncirkel’, waarin ook een ‘virtuele buurtkamer’ is opgenomen. Die buurtkamer zorgt voor gezelligheid, veiligheid en een uitbreiding van de sociale contacten.

Zwippen

Een andere pilotgroep is gestart met ‘Zwippen’. Het ‘Zorg Welzijn Informatie Portaal’ (ZWIP) is een beveiligde omgeving waarin een patiënt kan communiceren met zorgverleners, mantelzorgers en vrijwilligers. Een digitale vergadertafel, waarin ook het individueel zorgplan een plek heeft. De patiënt beslist zelf wie er aan zijn digitale vergadertafel zit. In het HIS van de betrokken huisartsen is via een button een directe verbinding gemaakt naar de ZWIP-omgeving.

Vitaal Vechtdal

In de proeftuin ‘Vitaal Vechtdal’, waar Bé Prenger bij betrokken is, wordt ook geëxperimenteerd met zorg voor kwetsbare ouderen. Prenger: ‘We werken met instrumenten als ‘Easycare TOS’ aan vroegsignalering. Dat is heel belangrijk, maar mijns inziens moet er nog veel meer aandacht komen voor ‘adequate opvolging’. Bij eenzame ouderen moet je bijvoorbeeld niet direct extra zorg inzetten. Lukt het je om eenzaamheid op te lossen, dan levert dat baten op voor het individu, de familie en de maatschappij. Met ‘boerenverstand’ kun je een aantal maatregelen nemen, zoals het bouwen aan een netwerk. Hierdoor doet de patiënt minder snel een beroep op beschikbare zorg.

Knelpunten

Verdeeldheid van organisaties en financiering ziet Bé Prenger als de belangrijkste knelpunten voor goede ouderenzorg. ‘Continuïteit van het eigen bedrijf’ staat nog te vaak op de eerste plek. Juist de samenwerking wordt maar zeer ten dele beloond. Een financieringsvorm voor samenwerking, zoals de GEZ-financiering, is een mogelijke oplossing. Vooral ook de gemeente kan in zijn nieuwe rol samenhang creëren.

Goed samenwerken

Wat is de beste rolverdeling voor geïntegreerde eerstelijns ouderenzorg? Prenger: ‘Als alleen zorgverleners dit oppakken, gaat het extra zorg opleveren. Daarom is samenwerking met andere partijen nodig: de ouderen zelf, gemeenten, zorgverzekeraars en vooral ook welzijnsorganisaties.’ Goede samenwerking begint volgens Prenger met een gezamenlijke intentieverklaring. ‘Met wie ga ik welk probleem oplossen en hoe gaan we dat doen?’ Het is belangrijk om een duidelijke doelgroep voor ogen te hebben. Vervolgens ga je -vaak in de projectvorm- met elkaar op weg. Gaandeweg leer je elkaars taal spreken, elkaars belangen kennen. Er ontstaat bereidheid om het eigen belang wat minder zwaar te laten wegen en water bij de wijn te doen om het hogere doel te bereiken.’

kennispleinchronischezorg.nl gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies. melding sluiten